Lease-auto, reisvergoeding of nieuwe laarzen?

Nieuw jurkje, prachtige suède laarzen en een strak colbertje. Niet zelden ziet mijn verlanglijstje er zo uit en kom ik er daadwerkelijk mee thuis. En nee, op zaterdag ga ik er niet mee naar de speeltuin of sta ik zo gekleed langs het handbalveld (zou wel willen, maar praktisch is anders en je valt zo uit de toon). Het is dus zogenaamde ‘zakelijke kleding’, die ik met name op kantoor draag. De kantoorgang is mijn ‘personal catwalk’.

Natuurlijk geef ik daarmee het nodige uit aan kleding. Laten we het algemeen houden – om discussie thuis te voorkomen – maar gemiddeld geven vrouwen zo’n 10% van hun netto-inkomen uit aan kleding. Een groot deel van die kleding is zakelijke kleding. Verwachten we daarom van onze werkgever dat we een aparte vergoeding of een kledingbudget krijgen naast ons salaris? De kleding is immers puur voor op kantoor en veel werkgevers verlangen ook dat je er volgens een
bepaalde norm uitziet. Zeker in de zakelijke dienstverlening richting klanten of opdrachtgevers.

Woordenruil

Toch vinden we het de normaalste zaak van de wereld om dit van ons nettosalaris te betalen. Veel werknemers houden er – bewust of onbewust – terecht rekening mee in de salarisonderhandeling. En nu de cliffhanger: vervang het woord ‘jurk’ door het woord ‘lease-auto’ of ‘woon-werkverkeer’ en je hebt direct een heel andere discussie.

Geschiedenislesje

Hoe komt dat zo? Een korte geschiedenisles werpt wellicht een verhelderende blik op de zaak. In de jaren 60 is de reiskostenvergoeding ontstaan door een nieuw volkshuisvestingsbeleid, waarbij woonkernen verder van de stad – en dus het werk – kwamen te liggen. Via een onbelaste reisvergoeding werden werknemers tegemoet gekomen in hun hogere kosten. Eind jaren 80 kwam daar nog eens de lease-auto bij, vooral ontstaan vanuit een financiële motivatie van grote bedrijven om geen auto’s in eigen bezit te hebben, maar ze te huren/leasen.

Forensentaks

Inmiddels zijn we enkele decennia verder en vinden we het de normaalste zaak van de wereld dat de werkgever meebetaalt aan ons vervoer. En wee degene die hierin iets probeert te veranderen; forse discussie met de OR, kabinetscrisis (eind jaren 80) of vrij recentelijk nog in 2012 politiek gedoe rond de ‘forensentaks’ (het afschaffen van de onbelaste kilometervergoeding). Je raadt het al: deze afschaffing ging niet door, vooral omdat er weinig tegenover stond en de forens ineens met hoge extra kosten opgezadeld werd.

Past een groot leasewagenpark nog?

Maar toch blijf de vraag overeind: moet je je als werkgever eigenlijk wel bemoeien met de mobiliteit van je werknemers? Zou je ze niet juist meer en meer in staat moeten stellen dit zelf te regelen? Net als met het juiste kantoorpak, kun je toch van een professionele medewerker ook verwachten dat hij in zijn vervoer kan voorzien? Waarom zou je de zorgen en kosten van een wagenpark, parkeerterrein, administratie, OV-kaarten, et cetera op je nemen? Natuurlijk wil je een aantrekkelijke werkgever zijn, maar is dit nog de manier? Bedrijven gaan steeds meer terug naar een ‘kleinere kern’ van vaste medewerkers met daaromheen een flexibele schil van professionals. Past daar dan nog een groot leasewagenpark bij?

Levensfase bepaalt

Ik ben heel benieuwd of we toe zijn aan de volgende stap waarbij de werkgever de werknemer de ruimte geeft om zijn vervoer op een manier te regelen die bij hem past. Hen de gelegenheid geeft soms voor de auto te gaan, soms voor een hoger pensioen en soms voor een inspirerende opleiding. Net wat past bij de ontwikkeling en levensfase van de werknemer. En als je daarbij als werkgever nog gunstige voorwaarden voor een privé-lease weet te bedingen, ben je ook vast nog wel aantrekkelijk.

Kortom, ik ben benieuwd of en wanneer jurk en lease-auto in hetzelfde rijtje passen…wat denk jij?